Tax blog editie 2

Borgstelling dga voor schuld van BV

Tax blog editie 2


Beste geïnteresseerden, welkom bij de tweede editie van ‘Tax Blog’! Een wekelijkse blog waarbij recente en misschien minder recente fiscale onderwerpen zullen worden besproken.

In dit onderdeel van het belastingtraject, ook wel ‘invordering’ genoemd, is (in principe) de inspecteur niet langer in het spel. Op de invordering van de belastingschuld wordt toegezien door de ontvanger. Ook de belastingplichtige is van naam veranderd. Hij of zij gaat volgens de wet door met de naam belastingschuldige.

De invordering kent, onder andere via de Invorderingswet, de Leidraad Invordering en belangrijke jurisprudentie, zijn eigen uitgebreide complexe wetten en regels. Uiteraard zal het in de meeste gevallen allemaal niet zo complex zijn. Vaak ontvangt de belastingplichtige de (juiste) aanslag en vervolgens gaat hij/zij in de rol van belastingschuldige tot betaling over.

Daarentegen, soms is het voor de belastingplichtige/belastingschuldige niet mogelijk om het verschuldigde bedrag te voldoen. Een onderneming kan bijvoorbeeld in slecht weer raken en tijdelijk over niet voldoende middelen beschikken. Of wanneer één en ander nog verder verslechtert, dient de onderneming zijn crediteuren en de Belastingdienst te verzoeken om een deel van het uitstaande bedrag kwijt te schelden. Onder strenge voorwaarden dient de ontvanger van de Belastingdienst, waaronder de voorwaarde dat de schatkist het dubbele percentage van de schuld ontvangt ten opzichte van het percentage dat wordt betaald aan de concurrente schuldeisers, akkoord te gaan met een dergelijk kwijtschelding.

Echter, de omstandigheden van het geval brengen vaak met zich dat niet volledig aan de strenge voorwaarden voor kwijtschelding kan worden voldaan. Met bijkomstig gevolg dat de ontvanger niet hoeft mee te werken aan de kwijtschelding van een deel van belastingschulden, waarmee het einde van de onderneming en bijbehorende werkgelegenheid bijna vast komt te staan.

‘Gelukkig’ is de ontvanger bestuursrechtelijk niet het eindstation. Bij een afwijzende beslissing van de ontvanger kan namelijk in hoger beroep worden gegaan. Dit is echter niet bij een fiscale rechter. Het beroepschrift dient binnen 10 dagen te worden ingediend bij de directeur van de Belastingdienst. De Belastingdienst controleert derhalve als het ware zichzelf…

In de fiscale literatuur is er stevige kritiek geuit op deze ‘beperkte’ beroepsinstantie (*1).  Het ontbreken van een beroep op een onafhankelijke rechterlijk instantie wordt als een slechte zaak bestempeld en zelfs een wettelijk omissie die met voorrang zou moeten worden hersteld. Geen directe bescherming tegen onjuist overheidshandelen en/of –nalaten past niet meer in de huidige tijd.

Om de situatie te verergeren toetst de directeur vaak slechts marginaal de beslissing van de ontvanger. Vaak wordt er alleen gekeken of het geldende beleid juist is toegepast. Is er dan wel sprake van een echte beroepsmogelijkheid?

Onlangs heeft de Nationale Ombudsman zich ook gebogen over een klacht omtrent een kwijtscheldingszaak en de marginale afhandeling daarvan door de directeur. Een klacht die door de Nationale Ombudsman gegrond is verklaard. Zijn slotbeschouwing daarbij was dui-delijk: “Belastingschuldigen verwachten een nieuwe en onafhankelijke beoordeling van de beslissing van de ontvanger, waarbij alle van belang zijnde aspecten (opnieuw) worden ge-wogen. Uit deze klacht, rijst het beeld dat de directeur zijn rol als (administratief) beroeps-instantie beperkt opvat. De aan hem voorgelegde beslissingen van de ontvanger worden marginaal getoetst, eigen onderzoek naar feiten en omstandigheden blijft achterwege of be-perkt tot bestudering van het van de ontvanger ontvangen dossier.Een dergelijke beperkte invulling staat op gespannen voet met de bedoeling van de be-roepsmogelijkheid en de daarop gebaseerde verwachtingen”.(*2)

Hoewel de Nationale Ombudsman geen directe invloed heeft op de handelswijze van de Belastingdienst, wordt een gegrond bevonden klacht vaak wel serieus genomen. De vraag is derhalve wat de directeur zal doen met deze slotoverweging van de Ombudsman. Zal hij vanaf nu wel de zaak volledig opnieuw toetsen? Of dient de wetgever deze beperkte beroeps-instantie ‘gewoon’ opnieuw wettelijk te regelen? Wij wachten met spanning af.

Heeft u naar aanleiding van deze blog vragen? Of wilt u advies? Neem eenvoudig contact met ons op via dit contactformulier. Contact opnemen...

 

 

 

 

 

Voetnoot:
(*1) Zie A.J. Tekstra, Handboek fiscaal insolventierecht, SDU 2011, paragraaf 3.3.9.
(*2) Nationale ombudsman 11 februari 2015, nr. 2015/09. Slotzin is ‘dik’ gemaakt door de auteur van deze blog.

 

 

 

 

 


Gerelateerde artikelen