Tax Blog editie 1


Tax Blog editie 1


Beste geïnteresseerden, welkom bij de eerste editie van ‘Tax Blog’! Een wekelijkse blog waarbij recente en misschien minder recente fiscale onderwerpen zullen worden besproken.

Punt en Van de Weerdt Belastingadviseurs heeft een sterke band met sport en topsporters. Het is dan ook niet verrassend dat het eerste onderwerp van Tax Blog is gekoppeld aan de fiscale behandeling van het inkomen van topsporters. In deze blog zal worden gefocust op het gewijzigde OESO-commentaar bij het artiesten- en sportersartikel en welke potentiële mogelijkheden dit biedt aan de Nederlandse topsporter.

De Nederlandse regering heeft in het verleden (inter)nationaal aangegeven om het artiesten- en sportersartikel niet langer te willen opnemen in nieuwe belastingverdragen. Dit sluit aan bij de huidige Nederlandse eenzijdige vrijstelling voor buitenlandse sporters die woonachtig zijn in een zogenoemd verdragsland. Nederland ziet namelijk eenzijdig af van belastingheffing over inkomen dat buitenlandse sporters, die woonachtig zijn in een verdragsland, verkrijgen naar aanleiding van activiteiten in Nederland.

Nederland is van mening, onder andere op grond van de uitvoerbaarheid, dat deze belastingheffing alleen dient plaats te vinden in het woonland van de sporter. Een schrapping van het artiesten- en sportersartikel uit de belastingverdragen kan met zich brengen dat het heffingsrecht over deze inkomsten wordt toegewezen aan het woonland (in plaats van het werkland zoals dat nu is geregeld). Een situatie die Nederland voor ogen heeft.

De gedachte van Nederland om het artiesten- en sportersartikel te schrappen wordt binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (hierna: OESO) echter niet gedeeld. Het artiesten- en sportersartikel is dan ook voorlopig ‘here to stay’. Sterker nog het OESO-commentaar bij dit artikel, commentaar dat zorgt voor verduidelijking van de toepassing van artikelen in belastingverdragen en dat wegens zijn dynamische werking in principe directe werking heeft voor de praktijk, is aanzienlijk uitgebreid. Biedt deze uitbreiding nog voordelen voor de Nederlandse topsporter?

Het gaat iets te ver om de gehele uitbreiding te bespreken. Echter, een onderdeel dat zeker noemenswaardig is en belangrijk is voor de praktijk, is de toelichting op de behandeling van zogenoemde trainingsdagen in het buitenland en de inkomsten die aan die dagen toerekenbaar zijn.

Op grond van onder andere een arrest van de Hoge Raad uit 2007 was de inspecteur vaak de mening toegedaan dat de trainingsdagen in het buitenland, waarbij de trainingsdagen niet gekoppeld konden worden aan een publieksgericht optreden (zoals bijvoorbeeld een wedstrijd of race), niet meetelden voor het bepalen van de voorkoming van dubbele belasting. Met andere woorden in de ogen van de inspecteur konden geen inkomsten aan deze trainingsdagen worden toegerekend (deze dagen telden immers niet mee), waardoor de Belastingdienst hiervoor ook geen voorkoming van dubbele belasting hoefde te verlenen. Voorkoming van dubbele belasting is in feite een belastingvermindering die ervoor dient te zorgen dat inkomen (per saldo) niet twee keer wordt belast door twee verschillende landen.

De uitbreiding/wijziging van het OESO-commentaar zal ervoor zorgen dat de inspecteur niet langer bij dit standpunt kan blijven. Immers, het nieuwe commentaar geeft weer dat een training een normaal onderdeel is van de activiteiten van een sporter. Het maakt niet uit of deze training wel/niet is gekoppeld aan een publieksgericht optreden. Wanneer een sporter bijvoorbeeld deelneemt aan een trainingskamp in het voorseizoen (zonder het spelen van een wedstrijd of het rijden van een race etc.), vallen de toerekenbare inkomsten ‘gewoon’ onder het artiesten- en sportersartikel van het belastingverdrag. Dit zal normaliter betekenen dat de werkstaat het heffingsrecht krijgt en Nederland een voorkoming van dubbele belasting dient te verlenen.

Deze wijziging van het OESO-commentaar zorgt ervoor dat het discussiepunt omtrent de trainingsdagen in principe tot het verleden behoort en biedt daarmee de sporter houvast. Echter, de vraag of een sporter daadwerkelijk voordeel heeft van deze aanvullende uitleg, is zeer afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Hierbij speelt onder andere de vaststelling van het toerekenbare inkomen, de werkstaat, het toepasbare belastingverdrag en de Nederlandse wetgeving een belangrijke rol.

Heeft u naar aanleiding van deze blog vragen? Of wilt u advies? Neem eenvoudig contact met ons op via dit contactformulier. Contact opnemen...


Gerelateerde artikelen